- treurig
- {{treurig}}{{/term}}1 [algemeen] 〈bijvoeglijk naamwoord〉 triste; 〈bijwoord〉 tristement2 [erbarmelijk slecht] 〈bijvoeglijk naamwoord〉 déplorable; 〈bijwoord〉 déplorablement♦voorbeelden:1 een treurige afloop • une fin malheureuseeen treurig lot • un triste sorteen treurig ongeval • un accident malheureuxtreurig gestemd zijn • être d'humeur chagrinehet is treurig, maar waar • c'est tristement vraitreurig maken • attristerer treurig aan toe zijn • être dans une triste situation2 zijn lezen is treurig • sa façon de lire (à haute voix) est déplorablehet ziet er treurig voor ons uit • cela ne nous promet rien de bon
Deens-Russisch woordenboek. 2015.